De zorg voor kinderen

 

4 De zorg voor kinderen

 

4.1 De opvang van nieuwe leerlingen in de school

Aanmelden leerlingen     

U kunt het hele jaar uw kinderen op school aanmelden. Lopende het schooljaar kunt u hierover contact opnemen met de directeur. Voor de aanmelding van nieuwe leerlingen voor de jongste groepen wordt een speciale informatie-/kennismakingsavond gehouden. Tijdens deze avond, krijgt u een schoolgids, aanmeldingsformulier en verdere relevante informatie. Voor de datum zie de jaarkalender.

Het ingevulde aanmeldingsformulier dient u, met een kopie van het burgerservice-nummer van uw zoon/dochter voor 1 april in te leveren op school. Over de definitieve datum van plaatsing van de leerlingen krijgt u nader bericht van school.

 

Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

Voor- en vroegschoolse educatie houdt in dat kinderen op jonge leeftijd meedoen aan educatieve programma’s. De doelstelling van het VVE beleid is om de ontwikkeling van kinderen zodanig te stimuleren dat hun kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carrière worden vergroot. Onze school onderhoudt contact op dit punt met de reformatorische peuterspeelzaal: ‘Spelenderwijs’ in Staphorst.

 

De plaatsing van een kind op school

Na aanmelding van uw kind bij ons op school krijgt u vier tot zes weken voor de vierde verjaardag een uitnodiging wanneer uw kind op school mag komen.

Iedere eerste maandag van een nieuwe maand worden de leerlingen toegelaten die in de voorgaande maand vier jaar zijn geworden.

De eerste maandag van juni is het laatste instroommoment van het schooljaar.

De kinderen die in de periode tussen de eerste maandag in juni tot en met de eerste schoolweek van het nieuwe schooljaar vier jaar worden, mogen direct hele dagen beginnen. Wordt het kind vier jaar in de tweede week of later na de zomervakantie dan wordt het zo spoedig mogelijk uitgenodigd. Kinderen die vóór 1 oktober vier jaar worden, mogen dat cursusjaar de hele dag naar school. De ouder(s) / verzorger(s) van kinderen, die na 1 oktober vier jaar worden, mogen een keuze maken om hun kind alleen de ochtenden naar school te laten gaan of de hele dag. Deze keuze wordt gemaakt als ze vier worden. In de eerste week van maart is er gelegenheid om in overleg met de leerkracht deze keuze te wijzigen. Tussentijds wordt er niet gewijzigd om regelmaat en ritme in het klassengebeuren te houden.

 

Uw kind start op 4-jarige leeftijd op school. Blijkt in de loop van dit leerjaar dat het kind zich voldoende ontwikkelt om mee te gaan naar groep 2, dan is dat mogelijk. De leerkracht volgt de ontwikkeling van het kind zorgvuldig aan de hand van het Ontwikkelingsvolgmodel Jonge Kind en met behulp van de Cito-toetsen Taal voor kleuters, Reken voor kleuters en eventueel Toets Ruimte en Tijd. Uitsluitend als het kind voldoet aan de vastgestelde criteria voor overgang naar groep 2, gaat het kind na (een deel van) groep 1 over. In de praktijk blijkt dat het vaak wenselijk is niet te snel over te stappen naar groep 2. Het kind kan in veel gevallen het sociaal-emotioneel nog niet aan om al mee te draaien op het niveau van groep 2 en daarna al op ca. 5 jaar en 9 maanden in te stromen in groep 3.

En voor alle duidelijkheid willen we u erop wijzen, dat direct acht dagdelen in groep 1 vanaf

bijvoorbeeld november niet automatisch betekent dat uw kind aan het einde van groep 01 ook doorgaat naar groep 2. Alleen als het voldoet aan de vastgestelde criteria. We moeten hier zorgvuldig mee omgaan, omdat in de praktijk blijkt dat een te jonge instroom in groep drie nogal eens sociaal emotionele zorgen geeft.       

 

4.2 Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school

.Om de ontwikkelingen en de leervorderingen van uw kind te volgen, wordt, naast de beoordeling van het dagelijks werk, gebruik gemaakt van een observatie- en toetssysteem. In de groepen 1 en 2 wordt de ontwikkeling van de leerlingen gevolgd aan de hand van het Ontwikkeling Volg Model Jonge Kinderen (OVMJK). De verzamelde gegevens geven een beeld van de ontwikkeling van uw kind en geven de leerkracht zicht op de aandachtspunten voor de verdere ontwikkeling. De sociaal-emotionele ontwikkeling voor de kinderen van de groepen 1 tot en met 8 wordt jaarlijks gevolgd door middel van het pedagogisch leerlingvolgsysteem: ZIEN.

Daarnaast is er voor de groepen 1 tot en met 8 een leerlingontwikkelingsvolgsysteem waarbij elke leerling enkele malen per jaar objectieve en niet-methodegebonden toetsen maakt om de vorderingen voor lezen, taal en rekenen vast te leggen. Deze informatie geeft aanwijzingen op welke onderdelen speciale aandacht gegeven moet worden. Het school evaluatie instrument van ons LOVS helpt ons als schoolteam zicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs en deze zo mogelijk te verbeteren.

 

De verslaggeving van gegevens over leerlingen door de groepsleerkracht

Van elk kind worden gegevens bewaard in een leerlingendossier. Hierin worden die zaken opgenomen die in de verdere schoolloopbaan voor de leerlingen van belang kunnen zijn. Dit betreffen gegevens van toetsuitslagen, rapportcijfers, gezinsomstandigheden, verslagje contactavonden, medische gegevens, etc.

 

Teamleden die in de school de vorderingen van de leerlingen doorspreken

De Intern Begeleider heeft enkele malen per jaar een bespreking met de leerkrachten over de vorderingen van het kind. Deze besprekingen zijn vooral gericht op extra zorg die nodig is voor het kind. Naast de voortgang ten aanzien van het leren komt hier ook het welbevinden van de leerlingen aan de orde. Daarnaast hebben we geplande consultaties met de schoolbegeleider. De schoolbegeleider bespreekt samen met de Intern Begeleider en/of de leerkracht de hulpvraag rond de leerproblematiek van een leerlinge en geeft adviezen voor een juiste aanpak. Hiervan wordt doorgaans een hulpplan opgesteld. Dit hulpplan wordt 6 weken uitgevoerd en daarna geëvalueerd. Indien nodig herhaalt zich deze procedure.

 

4.3 De wijze waarop het welbevinden en de leervorderingen van de kinderen besproken wordt met ouders

Contactavond

Vijf keer per jaar wordt er een contactavond gehouden voor de groepen 1 tot en met 8. Voor elke ouder wordt minimaal tien minuten spreektijd gereserveerd. Mochten er speciale problemen zijn, dan neemt de leerkracht contact met de ouder(s) of verzorger(s) op en worden er nadere afspraken gemaakt over de verdere contacten tussen school en ouder(s)/verzorger(s).

Hebt u tussentijds vragen, dan kunt u zich rechtstreeks tot de desbetreffende leerkracht wenden.

 

Rapporten

De ouders krijgen een rapport over de vorderingen van hun kind vanaf groep 3. De rapporten worden drie maal per jaar meegegeven.

Als u het rapport ingezien hebt, dient u op de daarvoor bestemde plaats een handtekening voor gezien te zetten.

Informatieplicht.

Iedere ouder heeft in principe recht op alle informatie over zijn of haar kind. Dus ook de ouders die gescheiden zijn en die allebei het gezag hebben over de leerling, hebben recht op alle informatie over hun kind. Ouders die geen gezag (meer) hebben over het kind, hebben ook recht op informatie over hun kind. (artikel 1:377 C van het burgerlijk wetboek), maar de ouder zal daar echter wel zelf om moeten vragen. De school hoeft uit zichzelf geen informatie te geven aan deze ouders. Nadere informatie hierover vindt u in het protocol dat de directeur u kan overhandigen.

4.4 De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften

De extra zorg binnen de groep

Wanneer een leerling een beperkte extra zorgbehoefte heeft, richt de leerkracht het onderwijs voor deze leerling anders in. Dit gebeurt na overleg met de Intern Begeleider en het vastleggen van de aanpassing in een hulpplan. Het hulpplan bevat de volgende componenten: de probleembeschrijving, de periode van de hulp, het doel van de hulp, de werkwijze, de uitvoerende persoon, de organisatie en het moment van evaluatie. Hulpplannen worden in het leerlingenarchief bewaard. De Intern Begeleider kan de schoolbegeleider of de orthopedagoog consulteren over gerichte handelingssuggesties.

 

De speciale zorg binnen of buiten de groep

Wanneer blijkt dat een leerling een grotere zorgbehoefte heeft, kan besloten worden tot speciale zorg binnen of buiten de groep. De hulp wordt gegeven door de remedial teacher of de onderwijsassistente. De hulp wordt in eerste instantie zoveel mogelijk binnen de groep gegeven. Extra instructie wordt door de remedial teacher/onderwijsassistent gegeven. Indien het vooral om het aanbieden van veel oefening gaat, voert veelal de onderwijsassistente de speciale zorg uit.

De speciale zorg staat onder coördinatie van de Intern Begeleider. Dit dient planmatig te verlopen, wordt zo mogelijk aan meerdere leerlingen tegelijkertijd gegeven en draagt een tijdelijk karakter. De speciale zorg wordt in een hulpplan vastgelegd.

Zorgadviesteam (ZAT) / bovenschoolse hulp

Blijkt uit leerresultaten en/of observaties dat de genoemde extra en speciale zorg onvoldoende is, kan, uiteraard na overleg met de ouders, het kind besproken worden in het zorgteam. Dit zorgteam bestaat uit de Intern Begeleider van de school, een vertegenwoordiger van de schoolbegeleidingsdienst, van de GGD en van het Maatschappelijk werk: Stichting Schuilplaats. Het zorgteam denkt m.n. mee wanneer er sprake is van een complexe situatie waarin meerdere problemen spelen. Een voorbeeld: er is sprake van achterblijvende leerresultaten, maar de leerling heeft ook lichamelijke problematiek. Tijdens het ZAT-overleg, dat 4 keer per jaar plaatsvindt, wordt bepaald, na toestemming van de ouders, welke instantie zich bezig gaat houden met de problemen van de ingebrachte leerling. De Intern Begeleider richt zich met name op leer- en daarmee samenhangende gedragsproblemen, de GGD richt zich met name op het lichamelijk functioneren van de leerling, terwijl Maatschappelijk werk adviezen geeft betreffende specifieke problemen bij het opvoeden en opgroeien van een kind. Te denken valt hierbij aan hulp van maatschappelijk werk en Eléos / Riagg.

Wanneer er sprake is van enkelvoudige problematiek wordt er, na toestemming van de ouders, rechtstreeks contact opgenomen met één van de genoemde hulpverlenings- instanties. In een aantal gevallen kan dit leiden om de leerling aan te melden bij het zorgloket van het samenwerkingsverband waarin de school participeert.

Het Zorgloket kan diverse vormen van hulp inzetten:

een consultatie door de schoolbegeleider of de orthopedagoog;

inzet van de middelen van de commissie van onderzoek (schoolarts of maatschappelijk werker);

nader onderzoek door een orthopedagoog/psycholoog;

verwijzing naar een andere instelling (Eleos, Riagg, maatschappelijk werk).

 

De bovengenoemde vormen van hulp kunnen leiden tot het opstellen van een ontwikkelingsperspectief (OP). Een OP wordt vastgesteld in overleg tussen de ouders, de Intern Begeleider en een extern deskundige (meestal een medewerker van Driestar-Educatief). Het zorgloket beslist over de toewijzing van de ambulante begeleiding.

Indien de hierboven genoemde vormen van hulp niet tot het gewenste resultaat leiden, zal het zorgloket tot het besluit komen de ouders te adviseren de leerling aan te melden bij  een basisschool voor speciaal onderwijs. De beide reformatorische scholen voor speciaal basisonderwijs van ons samenwerkingsverband staan in Zwolle, te weten de Eliëzerschool en de Obadjaschool. Wanneer u als ouder meent dat er voor uw kind dergelijke bovenschoolse hulp nodig is, of indien u nadrukkelijk wenst dat uw kind naar een school voor speciaal basisonderwijs gaat, terwijl de basisschool die mening niet deelt, kunt u zich ook zelfstandig tot dit zorgloket wenden. Uiteraard kan dit pas nadat u voldoende geprobeerd heeft met onze school tot overeenstemming te komen over de te volgen koers voor uw kind. U dient zich te wenden tot het secretariaat van het zorgloket. U kunt hier ook een folder aanvragen betreffende de werkwijze van dit zorgloket.

 

Zorgplicht

Een kernbegrip bij passend onderwijs is ‘zorgplicht’. Zorgplicht betekent dat de school verplicht is om te zorgen voor een passende onderwijsplek voor iedere aangemelde of ingeschreven leerling. De school onderzoekt samen met de ouders welke ondersteuningsbehoeften een leerling heeft en hoe de school hieraan tegemoet kan komen. Als op grond van objectieve argumenten blijkt dat dit niet mogelijk is, dan heeft de school de opdracht om samen met de ouders een passende plaats op een andere school te zoeken.

 

Schoolondersteuningsprofiel

Onze school heeft dus een centrale rol in het tegemoetkomen aan de ondersteuningsbehoeften van kinderen. De school heeft een schoolondersteuningsprofiel geschreven. U kunt dit profiel op de website van de school vinden of op school inzien. In dit profiel is te lezen op welke wijze we de begeleiding aan leerlingen vormgeven en welke mogelijkheden voor extra ondersteuning onze school heeft. Bij het realiseren van de gewenste ondersteuning werkt de school vanuit de uitgangspunten van handelingsgericht werken (HGW). Dit betekent kort gezegd: Als een kind extra ondersteuning nodig heeft, wordt niet in de eerste plaats gekeken naar wat het kind heeft, maar naar wat het kind nodig heeft. Bij HGW is de samenwerking en afstemming met ouders en andere deskundigen een belangrijk aandachtspunt.

 

Leerlingen in achterstandsituaties

Onze school heeft te maken met een bovengemiddelde SE-factor (gewichtenregeling). Via het Gemeentelijk Onderwijs Kansenplan wordt specifieke aandacht besteed aan de taalontwikkeling middels het project ‘Bas in de buurt’. Hiermee beogen wij de passieve en actieve beheersing van de woordenschat van de Nederlandse taal op jonge leeftijd te vergroten.

 

Nederlands als tweede taal

De school heeft in een enkel geval te maken (gehad) met leerlingen die Nederlands als tweede taal moeten leren. Indien zich een situatie voordoet waarin Nederlands als tweede taal aangeleerd moet worden, stellen wij ons in verbinding met onze schoolbegeleidingsdienst om een adequaat lesprogramma op te stellen.

 

Het Loket van Berséba regio Noordoost

Het loket staat open voor vragen rond de ondersteuning aan leerlingen. De school kan advies vragen in allerlei situaties die met de ondersteuning voor leerlingen te maken hebben. Ouders mogen ook zelf contact opnemen met het Loket, als zij advies of informatie willen.

School en ouders kunnen samen een aanvraag doen voor een extra ondersteuningsarrangement om kinderen met specifieke ondersteuningsvragen (bijv. rondom zeer moeilijk leren, een lichamelijk handicap of langdurig ziekte, gedragsproblemen, hoogbegaafdheid) op de basisschool extra begeleiding te geven.

 

Soms komt het zorgadviesteam tot de conclusie, dat het voor de ontwikkeling van een leerling beter is om naar een speciale (basis)school te gaan. In dat geval vraagt de school samen met de ouders bij het Loket van Berséba regio Noordoost een toelaatbaarheidsverklaring voor zo’n school aan. Als dit Loket besluit om de toelaatbaarheidsverklaring toe te kennen, dan kan de leerling aangemeld worden bij een speciale (basis)school. Zie voor contactgegevens van het Loket elders in deze schoolgids. Op de website www.berseba.nl kunt u meer informatie vinden over het samenwerkingsverband Berséba en de regio Noordoost https://www.berseba.nl/regios/noordoost

 

Ouderbetrokkenheid
Onze school hecht eraan bij de ondersteuning aan leerlingen goed samen te werken met de ouders. Daarom vinden we het van belang dat ouders direct betrokken worden bij gesprekken als hun kind individueel besproken wordt. In sommige situaties zijn er niet alleen zorgen op school, maar ook thuis. Om tot een goede ondersteuning te komen vinden we het belangrijk om met de ouders daarover in alle openheid en vertrouwelijkheid te spreken. We beseffen hoe moeilijk dit soms kan zijn, maar in het belang uw kind is dit wel nodig.

Wanneer u als ouders vindt dat er voor uw kind meer hulp nodig is, of dat uw kind beter op zijn plaats is in een school voor speciaal (basis)onderwijs, dient u zich uiteraard eerst tot ons als school te wenden. School en ouders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om eensgezind het beste voor uw kind, onze leerling te zoeken. Bent u van mening u dat u bij ons als school onvoldoende gehoor vindt, dan kunt u zich ook zelf tot het Loket wenden. Graag wordt de school hiervan door u op de hoogte gesteld.

 

Onderzoeken
Zoals al gezegd is, is het uitgangspunt bij passend onderwijs niet wat het kind heeft, maar wat het kind nodig heeft. Dit betekent dat onderzoek naar ‘wat een kind heeft’ niet altijd noodzakelijk is om tot een goed aanbod voor een leerling te komen.

Toch kan er altijd een moment aanbreken, dat een onderzoek wel nodig is. Ons uitgangspunt is dat we hierin graag samen met de ouders optrekken. Het formuleren van een gezamenlijke onderzoeksvraag is belangrijk om ook samen het gesprek over de leerling verder te voeren. We hechten er waarde aan, dat in een verslag van een onderzoek niet wordt geconcludeerd welke vorm van onderwijs de leerling nodig heeft, maar vooral welke begeleiding hij/zij nodig heeft. Dat is de kern van passend onderwijs. Als school zullen we dan in alle openheid met u bespreken, wat de mogelijkheden voor ondersteuning bij ons op school zijn.

Hoewel we ouders niet het recht willen en mogen ontzeggen om zelf stappen te nemen voor een onderzoek, heeft dit niet onze voorkeur. U kunt uw redenen hebben om dit wel te doen. We stellen het op prijs dat u dit dan aan ons doorgeeft met de redenen waarom u deze stap neemt.

 

De visie van onze school op de integratie van kinderen met een handicap.

Op onze school zijn binnen het toelatingsbeleid en in het kader van passend onderwijs, in principe alle kinderen welkom die behoren tot het voedingsgebied van de school. Wel wordt bij aanmelding bekeken of verwacht mag worden dat het team dit kind kan begeleiden zonder dat het kind of de andere kinderen daardoor te kort komen. Plaatsing van kinderen, die specifieke zorg en aandacht nodig hebben, hangt af van de mogelijkheden die er op school zijn.

Leerlingen met extra zorg en aandacht vallen onder speciale leerling begeleiding. Dit houdt in, dat wij accepteren dat leerlingen niet op dezelfde manier en in hetzelfde tempo leren. We gaan uit van verschillen tussen leerlingen bij het kiezen van onze leerinhouden en doelen waarbij verschillen in differentiecapaciteiten van leraren ook een rol spelen. Voordat tot plaatsing wordt besloten, wordt er een gesprek gehouden met alle betrokken instanties.

Wanneer tot plaatsing wordt besloten, moet namelijk duidelijk zijn dat:

  • de leerkracht waarbij het kind wordt geplaatst extra tijd beschikbaar krijgt voor zaken als bijscholing en extra contacten met ouders, ambulant begeleider en andere instanties;
  • de extra formatie die wordt ontvangen voor dit kind goed benut kan worden;
  • de ouders en de leraar elkaar van goede informatie zullen voorzien;
  • de ouders gevraagd zal worden om bij te springen indien nodig;
  • de Intern Begeleider regelmatig bij het overleg over de leerling betrokken kan zijn.

 

Steeds opnieuw zal bekeken worden of er voor dit kind nog voldoende mogelijkheden op school zijn. Het kind moet namelijk nog een ontwikkeling doormaken en zich veilig voelen binnen de school. Is dit niet meer of onvoldoende het geval, dan zal verwijzing naar een regionaal expertisecentrum of een school voor speciaal onderwijs overwogen worden.

 

Passend onderwijs

Indien er leerlingen zijn met specifieke onderwijsbehoeften die hierboven niet nader omschreven zijn, wordt contact opgenomen met de schoolbegeleidingsdienst om in overleg te bekijken welke specifieke aanpassingen noodzakelijk zijn.

Advies voor verwijzing naar een speciale school voor basisonderwijs heeft alleen plaats na overleg met de ouders/verzorgers en een onderzoek door een extern deskundige.

Van iedere leerling die de school verlaat, wordt een onderwijskundig rapport opgesteld ten behoeve van de ontvangende school. Een afschrift van dit rapport wordt eerst verstrekt aan de ouders van de desbetreffende leerling.

 

Meer- en hoogbegaafdheid

Passend onderwijs is onderwijs voor alle leerlingen. Niet alleen de leerlingen die de leerstof moeilijk vinden verdienen extra hulp, ook leerlingen die meer- of hoogbegaafd zijn. Vaak zijn deze leerlingen erbij gebaat om een goede studiehouding te ontwikkelen. Dit willen we bereiken door hier zowel binnen- als buiten de klas aandacht aan te besteden. Indien zich het geval voordoet dat een hoogbegaafd kind onze school bezoekt, wordt een traject uitgezet waarin zoveel mogelijk aan de sociaal-emotionele en aan de cognitieve behoeften van de leerling tegemoet gekomen wordt.

 

4.5 De begeleiding van de overgang naar het voortgezet onderwijs

Na het gereed hebben van een advies voor het vervolgonderwijs worden er contactavonden belegd. Tijdens deze avonden wordt met de ouders de schoolkeuze van het kind besproken. In november ontvangt u ter voorbereiding op de opendagen van het voortgezet onderwijs van de groepsleerkracht een voorlopig niet bindend studieadvies zodat ouders en kinderen zich goed kunnen oriënteren voor de definitieve schoolkeuze. De basisschool meldt met instemming van de ouders de leerling aan bij het vervolgonderwijs.

In de tweede helft van het schooljaar wordt er in groep 8 deelgenomen aan de Centrale Eindtoets. De data hiervoor zijn opgenomen in de jaarkalender.

Zodra het resultaat daarvan bekend is, wordt dit vergeleken met het gegeven advies voor het vervolgonderwijs. Wanneer dit resultaat leidt tot een hoger advies, dan gaan we daarover met de ouders in gesprek en geven dat door aan de school voor voortgezet onderwijs.

 

4.6 Jeugdgezondheidszorg

Vanaf augustus 2016 kiest de Jeugdgezondheidszorg van GGD IJsselland voor een andere werkwijze. Veel ouders kennen het consultatiebureau. In de basisschoolperiode wordt uw kind een paar keer uitgenodigd voor een gezondheidsonderzoek of komt de GGD op school om voorlichting te geven. Voor de gezondheidsonderzoeken ontvangt u een uitnodiging.

  • Als uw kind 5 of 6 jaar oud is

Het gezondheidsonderzoek voor kinderen van 5 of 6 jaar is veranderd. Het onderzoek bestaat nu uit twee delen. De doktersassistente komt eerst een keer op school voor een ogen- en gehoortest. Op een later moment wordt uw kind en ouder(s) uitgenodigd op het consultatiebureau voor het tweede deel van het gezondheidsonderzoek door onze jeugdverpleegkundige.

  • Als uw kind 10 of 11 jaar oud is

Tijdens dit onderzoek meet de doktersassistente op school de lengte en het gewicht van uw kind. U vult als ouder van tevoren een vragenlijst in en kunt hier ook zelf vragen in stellen. Bijvoorbeeld over groei, ontwikkeling, gedrag en opvoeding. De GGD neemt hierover dan contact met u op.

  • Als uw kind in groep 8 zit (optioneel – keuze door de school)

In groep 8 komt de GGD een keer op school om voorlichting te geven over een gezonde leefstijl.

 

Tussendoor een vraag?

Als ouder weet u het beste hoe het met uw kind gaat. Maar twijfelt u ergens aan? Bel of mail naar de jeugdgezondheidszorg van GGD IJsselland. Of loop eens zonder afspraak binnen tijdens het inloopspreekuur! De tijden staan op de website van GGD IJsselland.

Telefoon 088 443 07 02 (op werkdagen)

E-mail: jeugdgezondheidszorg@ggdijsselland.nl

Website: www.ggdijsselland.nl

 

Zorg op maat

Bij problemen kunt u altijd vragen om een gesprek of een extra onderzoek.

Ook kan de jeugdverpleegkundige een bezoek aan huis brengen om met u dieper in te gaan op bepaalde onderwerpen.

Daarnaast hebben de jeugdverpleegkundige en de Intern Begeleider op school contact over leerlingen waar extra zorg nodig is.

De Jeugdgezondheidszorg werkt veel samen met de huisarts, schoolbegeleidingsdiensten, thuiszorginstellingen, Eleos, stichting Schuilplaats, de RIAGG en het bureau Jeugdzorg Overijssel. Eventueel wordt u naar één van deze instanties doorverwezen.

 

Meldcode

Als wij op school een vermoeden hebben dat een leerling mogelijk slachtoffer is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, dan handelen wij zoals beschreven staat in de “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling” zoals deze op school wordt gebruikt. Het personeel heeft op dit onderwerp scholing gevolgd.

 

4.7 Schoolbegeleidingsdienst (SBD)

Onze school is aangesloten bij Driestar-Educatief. De schoolbegeleidingsdienst kan worden ingeroepen bij leerlingenonderzoek, leerlingen­bespreking en leerlingbegeleiding. Vooraf echter wordt in alle gevallen overleg gepleegd met de ouders. Daarnaast kan Driestar-Educatief ingeschakeld worden bij de begeleiding van allerlei onderwijs­ondersteunende werkzaamheden.

 

4.8 Algemene Verordening Gegevensbescherming Privacy

Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Ook onze school is gehouden om deze verordening uit te voeren. 

Het zal duidelijk zijn dat we de persoonsgegevens van leerlingen alleen gebruiken in het kader van het onderwijs. Verder wordt het gebruikt omdat het hoort bij de (wettelijke) taak van school en omdat we afspraken met andere partijen moeten uitvoeren, of omdat het noodzakelijk is voor het algemeen belang. De school  omschrijft haar privacybeleid in een beleidsplan dat in samenwerking met de juridische dienst van de Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs wordt vormgegeven.

 

4.9 Logopedie

Onze logopedisten verlenen hulp aan kinderen die problemen hebben met de taal - en spraakontwikkeling. Zij behandelt die kinderen die: een afwijkend mondgedrag hebben;

een vertraagde spraak-/taalontwikkeling hebben; stotteren;hees zijn.

Een kind wordt in de maand dat het 5 jaar wordt, gescreend (onderzocht) op zijn logopedische en taalkundige ontwikkeling. Aan de hand van deze screening wordt vastgesteld welke kinderen in aanmerking komen voor logopedie en/of taalstimulering. In de andere groepen wordt door de leerkracht aangegeven welke kinderen in aanmerking komen voor aandacht van de logopediste.

 

De logopedisten komen 3 dagdelen per week op onze school. Waarvan 2 dagdelen met name in het kader van taalstimulering.

Voor de behandeling begint, krijgt u hierover bericht en/of worden de ouders voor een kennismakingsbezoekje uitgenodigd.

Helaas is er te weinig tijd om alle kinderen die logopedie zouden moeten hebben, te helpen. Er moet dan ook nog wel eens een kind naar een andere logopediste worden verwezen en/of er staan een aantal kinderen op een wachtlijst.

 

4.10 Kinderfysiotherapie

De leerlingen van groep 2 worden door de kinderfysiotherapeut gescreend. Er wordt gekeken naar de onderdelen grove motoriek, balvaardigheid, handvaardigheid en herken- en natekenvaardigheden. Bij de grove motoriek wordt gekeken naar evenwicht, hinkelen, springen en een combinatie van bepaalde bewegingen. Bij balvaardigheden ligt de nadruk op het gooien, richten en vangen. Het onderdeel handvaardigheid probeert de potloodhantering in beeld te brengen evenals de handvoorkeur, potlooddruk, het sturen van het potlood e.d. Herken- en natekenvaardigheden geven zicht op een stukje herkenning en wijze van natekenen van bepaalde figuren.

 

4.11 SOVA-training.

Sommige kinderen hebben problemen op sociaal-emotioneel gebied; Ze hebben last van faalangst, kunnen moeilijk contact maken met leeftijdsgenootjes of kunnen niet omgaan met kritiek. Onze scholen bieden hiervoor via het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) een SOVA-training aan, voor leerlingen van 8 t/m 12 jaar. De Intern Begeleider kan u over de training informatie geven en de aanmelding verzorgen.

In groep 1, 2 en 3 is er ook extra ondersteuning voor sociale vaardigheden van het jonge kind mogelijk. In kleine groepjes worden leerlingen begeleid volgens een gestructureerde aanpak om beter te leren omgaan met elkaar.

 

4.12 Weerbaarheidstraining

Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) biedt ook een weerbaarheidstraining aan. In deze training gaat het om het versterken van het zelfbeeld en het zelfvertrouwen. Zo is er bijv. aandacht voor je stemgebruik, je houding en lichaamstaal. In deze training is er een combinatie van verbale, mentale en fysieke oefeningen. De Intern Begeleider kan u over deze training extra informatie geven en de aanmelding verzorgen.

 

4.13 KIES-Training

Voor Kinderen In Echtscheidings Situaties (KIES) wordt er via het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) een training aangeboden. In deze training is veel ruimte voor gesprek en het delen van ervaringen met andere leerlingen, die zich in een soortgelijke situatie bevinden. De Intern Begeleider kan u over deze training informatie geven.

 

4.14 School-video-interactiebegeleiding

Binnen de school wordt gebruikt gemaakt van School Video Interactie Begeleiding (SVIB). SVIB is een manier om met behulp van video-opnames te werken aan de optimalisering van het opvoedkundig klimaat en het onderwijskundig proces binnen de school. Dat houdt in dat er in de verschillende groepen, maar ook in de speelsituaties op het plein, opnames zullen worden gemaakt die later gebruikt zullen worden in coachgesprekken. SVIB geeft de leerkrachten letterlijk zicht op het  functioneren van en in de groep. De camera verheldert de situatie in de klas, omdat deze een objectieve weergave van de feiten mogelijk maakt. Vanuit de beelden komt men gemakkelijker tot eenduidig overleg.

4.15 Centrum voor jeugd en gezin Staphorst

Het CJG-team Staphorst kan u advies en/of hulp geven als u vragen hebt over de opvoeding, gezondheid of ontwikkeling van uw kind. Dit kan in de vorm van mondelinge adviezen, cursussen en hulp. Ook kinderen en jongeren kunnen er terecht als ze vragen hebben. Het CJG-team bestaat uit de volgende ketenpartners: Carinova (wijkverpleegkundigen), jeugdverpleegkundige van de GGD en de maatschappelijke werkers in dienst van Carinova en Stichting Schuilplaats.

Het Centrum voor Jeugd en Gezin is er voor ouders, verzorgers, aanstaande ouders, kinderen en professionals.

U kunt rechtstreeks contact opnemen met het CJG, maar u kunt zich ook melden via de Intern Begeleider van de school. Iedere school heeft namelijk een loketfunctie voor het CJG. De Intern Begeleider van de school zorgt dan voor verder contact met het CJG. De adresgegevens van het CJG vindt u in hoofdstuk 10 van deze schoolgids.

 

4.16 Buitenschoolse activiteiten voor kinderen

Schoolreis

Voor de groepen 6 t/m 8 wordt er jaarlijks een schoolreis georganiseerd. Nadere gegevens over het reisdoel worden tijdig bekend gemaakt. De kosten zijn opgenomen in de jaarlijkse ouderbijdrage.

 

Prinsjesdag

Met de leerlingen van groep 8 van onze 5 basisscholen gaan we op de derde dinsdag in september een educatief bezoek brengen aan Den Haag.

 

Excursie

Er worden voor elke groep één of meer excursies georganiseerd binnen het kader van een project of vakgebied. Het bezoek door groep 5 aan de museumboerderij te Staphorst is een jaarlijks weerkerend gebeuren, evenals het bezoek van groep 8 aan Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

 

Wettelijke aansprakelijkheid

De school is niet verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid.

 

 

305